Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145

JAARTAL 1871

gemaakt en uitgewerkt, voor wijder kring verkrijgbaar gesteld.

Vooraf gaat een dubbele opmerking van Dr. Kuyper. Vooreerst, dat hij natuurlijk alleen voor den zakelijken inhoud, en niet voor de uitwerking, veel minder nog voor den vorm instond. En ten andere, dat zijn optreden bij het jaarfeest dezer Vereeniging zeer zeker een blijk van sympathie voor haar standpunt was, waardoor echter in niemands schatting de achting verkort mocht worden, door den spreker aan Zuster-Vereenigingen toegedragen. De over de Zendingszaak ontwikkelde gedachte onderwierp hij gaarne aan kritiek.

Welnu, het is juist om die over de Zendingszaak door Dr. Kuyper ontwikkelde gedachte, dat we hier alle aandacht vestigen op dit kleine geschriftje. Het lezende, staat men namelijk verwonderd over de continuïteit in de ontwikkeling der zendingsgedachte bij Dr. Kuyper. Hier, in 1871, vinden we reeds de hoofdlijnen getrokken van de beginselen, die hij later, in 1890, op het Zendingscongres, en in 1896 op de Synode te Middelburg, voor de Zending trok.

Dr. Kuyper ontleende zijn toespraak aan Joh. 20:21: „Gelijkerwijs mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ulieden".

Dit woord van Jezus, zoo zeide hij, gaf voor drie vragen de oplossing:

Wie heeft recht tot zenden?

Wie moet gezonden worden? en

Welk is het doel, dat der zending alleen haar adel geeft en haar kracht?

Op de vraag: Wie heeft recht tot zenden? is mijn eenige antwoord: de Gemeente. En niet slechts de onzichtbare gemeente, want de zending is ook een uitwendige zaak, ze eischt organisatie. Dus recht tot zenden heeft de Christelijke Kerk als de zichtbare verschijning van de Gemeente des Heeren.

Dat dit waar is, wordt dan nader aangetoond uit de geschiedenis. En dan volgt deze klacht:

Helaas, de gemeente heeft het begrip niet meer van deze dingen. En geen wonder, want de Kerk was zoek geraakt, 't Was sedert lang niet meer: daar binnen eene gemeente, die Jezus toebehoorde, daar buiten de wereld'. De prediking

10 K.-B.

Sluiten