Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1875

182

Het hindert hem, dat de geloovigen zoo dood, zoo geesteloos en krachteloos zijn.

Hij acht, dat dit anders kan en zal worden, indien de geloovigen tot het inzicht komen, dat ook de heiligmaking een integreerend deel is van den schat, dien ze in Christus bezitten.

Een Christen moet z.i. een kracht zijn in het midden der wereld, niet door wat uit hem is, maar door hetgeen hij uit Christus ontvangt.

Om dat te kunnen zijn, moet hij voortdurend „met kracht naar den inwendigen mensen" versterkt worden.

En om tot die versterking te geraken, moet de valsche vrede uitgeschud, die de Christenheid doet voortleven, alsof verzoend te zijn het een en al van ons Christendom was.

Dat deze laatste beweging teederder is, dieper gaat, en even uit dien hoofde eerder gevaar loopt in eenzijdigheid en ketterij over te slaan, springt in het oog.

Toch wordt ook zij, evenals Moody's optreden, door de ellende en onuitsprekelijke traagheid van de Protestantsche kerken alleszins gerechtvaardigd.

De Kerk van Christus moet tweeërlei doen: lo. de geloovigen opbouwen in geloof en godzaligheid en kennisse des Heeren, en 2o. door zending de verwilderde schare tot den Christus lokken.

Door den misstand, waarin ze geraakte en volhardt, doet ze noch het een noch het ander. Ze predikt voor een schare die meent bekeerd te zijn, steeds bekeering, en blijft bij de eerste beginselen staan, terwijl ze zoowel de opbouwing der geloovigen als de missie onder de schare nalaat.

Dit is de geestelijke zonde zoo van onze Nederlandsche als van de Engelsche volkskerk.

Toch kunnen die behoeften op den duur niet onbevredigd blijven.

Vandaar geestelijke bewegingen, als we thans aanschouwen.

Moody predikt voor de schare.

Pearsall Smith wil de geloovigen opbouwen.

Voor beiden kan alleen de Kerk, mits geestelijk en naar Jezus' geest herboren, de goede leiding bieden.

Moody kan voor zijn taak die leiding eer missen dan Pearsall Smith.

Duurzame vrucht zullen beiden dan 't meest afwerpen, indien ze de oogen der Kerk doen opengaan en haar profeteeren van haar plicht.

Nadat Pearsall Smith in Mei '75 ook ons land bezocht en er meetings gehouden had te 's-Gravenhage en te Utrecht (waarvan

Sluiten