Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1875

184

op het Twaalfde Christelijk Nationaal Zendingsfeest te Boekenrode, 7 Juli 1875; waar hij verdere mededeelingen deed over de conventie te Brighton en haar noemde een reveil van zoo hooge beteekenis, dat men na de Hervorming vruchteloos in de kerkgeschiedenis haar wederga zocht. De kracht dezer beweging lag niet in eenigen vorm of leertype, maar uitsluitend in de tegenwoordigheid en krachtvolle werking van den Heiligen Geest. Of ook ons land den zegen dezer kracht zou smaken ? Spreker meende dit ongetwijfeld. Het was een beweging geheel in den stijl onzer kerk; in hart en kern gereformeerd; zich aansluitend aan onze belijdenisschriften, aan de geliefkoosde schrijvers van weleer en aan wat nu nog de stille vromen onderling kenden.

Verder sprak Dr. Kuyper ook nog op het Noordelijk Zendingsfeest te Winschoten over de geestelijke krachtsbetoóning, door hem en een dertigtal broeders uit ons land te Brighton bijgewoond, De Standaard, 21 Juli 1875.

Vervolgens werd den 5den en 6den Augustus te Amsterdam, ten huize van Dr. Kuyper, een kleine reünie gehouden van de Nederlanders, die de conventies te Oxford en te Brighton bezocht hadden. O.m. besloot men hier tot de uitgave van het maandschrift: De Weg ter Godzaligheid. Voorts werd het dogmatisch standpunt, waarop men zich tegenover de Engelsche beweging te plaatsen had, breedvoerig besproken, en geadviseerd: lo. scherp te onderscheiden tusschen het werk Gods en de veelszins gebrekkige, menschelijke voorstelling; 2o. de heiligmaking als daad Gods te blijven belijden; en 3o. tegen allen zweem van volmaakbaarheidsleer ten stelligste te staan. Zie Zondagsblad, 18 Juli en 8 Aug. 1875. Op den avond van den tweeden reuniedag, 6 Augustus werd nog in de Schotsche Zendingskerk een openbare samenkomst gehouden, waarbij de H.H. J. Brummelkamp, Joh. van 't Lindenhout, P. Huet, A. Kuyper en anderen als sprekers optraden, om de gemeente in den genoten zegen te doen deelen.

Nog stelde Dr. Kuyper in het Zondagsblad van 5 Sept.—31 Oct. 1875, aan de hand van Bijbel en Kerkleer, een onderzoek in naar het wezen der Verzegeling, terwijl hij in het nummer van 3 October de Hollandsche vertaling van Des ChristensHeilgeheim door mevrouw Pearsall Smith, aanbeval als een voortreffelijk boekske, zóo voortreffelijk, dat hij den lust niet kon weerstaan er in de eigen kolommen van zijn blad een gedeelte uit over te nemen, en wel dat gedeelte, waarin de schrijfster het heeft over de kenteekenen

Sluiten