Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1878

204

Deze artikelen waren opgesteld voor het eenvoudig publiek van De Standaard en maken dus geen de minste aanspraak op het wetenschappelijk karakter van een „studie".

Dat ze desniettemin afzonderlijk in het licht komen, vindt dan ook in niets anders zijn oorzaak, dan in de juiste, om niet te zeggen door en door valsche, voorstelling, die in sommige grootere dagbladen, maar vooral in de provinciale pers, van den inhoud dezer artikelen gegeven is.

Bijna zonder uitzondering toch heeft men het doen voorkomen, als werd met deze artikelen een beweging op touw gezet om den haat der Christenen tegen de Joden aan te blazen en te tornen aan hun burgerlijke rechten.

Tegenover zulk een lasterlijke houding der Liberalistisch-Joodsche pers lag in afzonderlijke uitgave dezer artikelen het eenige, maar dan ook afdoende, middel tot verweer.

Ook het publiek dat De Standaard niet volgt, kan nu met eigen oogen beoordeelen, hoe droef het met de waarheidsliefde van menig orgaan der publieke opinie staat.

Immers, uit deze artikelen blijkt: lo. dat niets door ons tegen de Joden, maar veel tegen de afvallige Christenen gezegd is; 2o. dat de laatdunkende wijze, waarop vele Christenen zich over den Jood uitlaten, door ons niet verdedigd, maar bestreden is; en 3o. eindelijk, dat het ontnemen van den Jood van iets wat hij aan rechten won, bij ons op onvermijdelijken tegenstand zou afstuiten.

Ten slotte voegt de schrijver hier nog aan toe, dat tot een andere verhouding tegenover de Joden voor hem te minder aanleiding bestond, daar hem het voorrecht te beurt viel, van kindsbeen af, met uitstekende Joodsche familiën in aanraking te komen, wier genegenheid hij genoot, wier veelszins uitmuntende eigenschappen hij leerde waardeeren, en wier welwillendheid te hemwaart al zeer kwalijk zou vergolden zijn, indien hij kwaad sprak bij het publiek van wie hij leerde achten in privaten omgang.

Nog dertig jaar later, in Om de Oude Wereldzee, I, blz. 239, verzekerde Dr. Kuyper, dat hij, door bijzondere omstandigheden, èn als gymnasiast, èn als student veel met Joden en Jodenfamilies in aanraking kwam, en uit hun kring een zeer sympathieken indruk meenam. Naast zijn ouderlijk huis te Leiden, woonde n.1. een Joodsch schriftgeleerde. Zie: Herinneringen van zijn zuster, blz. 22.

De artikelenreeks Liberalisten en Joden is ook opgenomen in Ons Program, Met Bijlagen, blz. 167—184.

Sluiten