Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

217

JAARTAL 1879

Tijd tegen het Handelsblad geschreven, waarin ook De Standaard was gemengd. Het Handelsblad had gezegd, dat geen Ultramontaan in Nederland minister mocht zijn. Daartegenover beweert nu Dr. Kuyper, dat we den strijd tegen Rome niet op Roomsche, maar op Protestantsche wijze moeten voeren. Niet door geweld, maar geestelijk. Met eerbiediging ook van anderer vrijheid, niet door dwang.

IV. De vierde reeks, Rome en Dordt, dankt haar ontstaan aan den verkiezingsstrijd in 1875. Daarbij had de overgroote meerderheid der stemgerechtigden het liberale schoolprogram veroordeeld door zich te verzetten tegen de Scherpe Resolutie. In de hitte van dien strijd had de liberalistische pers de schandelijkste insinuaties aan het adres van Dr. Kuyper gericht. Bij monde van de Nieuwe Rott. Courant had ze een „vloek" uitgebracht over het monsterachtig huwelijk tusschen „Rome en Dordt". Volgens een provinciaal liberalistisch blad waren de Anti-revolutionairen daarom „de diepste verachting van eiken weldenkende waardig".

Waar zoo de samenwerking tusschen Roomschen en Calvinisten als het toppunt van immoraliteit werd gebrandmerkt, kwam Dr. Kuyper nu met het oordeel van den stichter van het Calvinisme voor den dag. En welk advies gaf Calvijn dan ten beste? Dit, dat tegenover den loochenaar van alle geopenbaarde waarheid, vergelijkenderwijs zelfs de Roomschgezinde een medebelijder is.

Ten bewijze schrijft Dr. Kuyper dan Calvijn's eigen woorden af, eerst in het Latijn, en dan, overgezet zijnde, aldus: „Het zou wat fraais zijn, dat ik den Paus met zijn trawanten en dienaren naar vermogen tegen stond en inmiddels hen geworden liet, die nog veel gevaarlijker vijanden Gods zijn, en zijn waarheid nog gevoeliger aanranden. Immers, het Pauselijk Rome heeft tenminste nog eenig godsdienstig aanzien; de Paus laat de leer der onsterfelijkheid onaangetast; onderwijst de vreeze Gods; neemt nog eenig absoluut verschil tusschen goed en kwaad aan; ziet den Christus nog in zijn Goddelijke en menschelijke natuur; en ontzegt niet alle gezag aan de Heilige Schrift. Zij daarentegen heffen elk principiëel verschil tusschen de aardsche en hemelsche dingen op; ondermijnen het wezen zelf van den Godsdienst; delgen elk absoluut karakter van den menschelijken geest als zoodanig uit; wiegen de consciëntiën in slaap, en doen de menschelijke natuur haar adel verliezen op de wegen der bestialiteit".

Natuurlijk dacht Dr. Kuyper er niet aan, in alles een parallel

Sluiten