Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst wordt het drama in den vollen zin de wedergave van het menschenleven.

Ook voor den tooneelspeler zijn niet geringe kunstenaarsgaven vereischt. Hij heeft door te dringen in het gedachte- en gevoelsleven van den dichter in wiens ziel de werkelijkheid zich weerspiegelt. De vertolking er van schept de atmosfeer waarin des dichters wereldbeschouwing zich aan de toehoorders mededeelt — in gunstigen of ongunstigen zin. Even gevaarlijk als anti-Christelijke tooneelkunst is, even voortreffelijk zou de uitwerking kunnen zijn van zuiver-Christelijk tooneelwerk, door uitnemende kunstenaars gespeeld, zooals bijzondere predikgaven de doorwerking van het Evangelie kunnen bevorderen.

Dichter en tooneelspelers moeten het publiek beheerschen door de waarheid en schoonheid der gedachte en haar vertolking in woord en handeling. De schouwburg, het gebouw daarvoor bijzonder ingericht, is voor die vertolking de aangewezen plaats, zooals de concertzaal voor de muziek, de kerk voor de prediking, de school voor het onderwijs. Schouwburgbezoek, zonder onderscheiding van de stukken die worden opgevoerd, is even verderfelijk als het laten optreden van een ongeloovige in Christus' Kerk, van een ongeloovig docent aan onze inrichtingen van onderwijs. Op de letterkunde dient in dat opzicht een even strenge keur te worden toegepast als op religie en wijsbegeerte.

3. Over samenspraken, tooneelclubjes en reciteervereenigingen.

Alles wat de Christelijke tooneelkunst bevorderen kan moet worden toegejuicht en nagestreefd. Het instudeeren van samenspraken kan de gezelligheid van een feestavond verhoogen. Het bevorderen der welsprekendheid op de scholen, het spelen van stukken door reciteervereenigingen, is uit een oogpunt van algemeene ontwikkeling niet te onderschatten, hoewel hier in de veelzijdigheid het evenwicht niet mag worden verloren. Met echte tooneelkunst heeft dit alles echter weinig te maken, daarvoor is bijzondere begaafdheid en opzettelijke, langdurige oefening noodig. Het beroepstooneel is af te keuren, omdat het voor den tooneelkunstenaar een onwezenlijke at» mosfeer schept, die op karakter en persoonlijkheid een schadelijken invloed uitoefent, en hem bovendien van de wansmaak

22

Sluiten