Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom onze houding tegenover het tooneel?

Dat stempelt de kwestie al direct een beetje vijandijl. Is dat noodig? Ik geloof dat de opkomende belangstelling in Christelijke kringen voor het tooneel, een eenvoudigen logischen groei laat zien, waarop ik bij de beantwoording van uw derde vraag nog even terug kom.

Tooneel als kunstuiting is geheel af te scheiden van tooneelliteratuur als kunstuiting.

Tooneel is de oeruiting van kunst. Het Helleensche tooneel dateert al van de 5e eeuw vóór Christus en reeds daar was het de Religie, de geheel-een-volk-omvattende-eenheid van een groot en overweldigend-machtig gevoel, dat het tijdelijke aardsche bestaan in verband brengt met de ongeziene, niet met het verstand te benaderen eeuwigheid. In de geschiedenis der menschheid zien wij telkens weder het drama als uitbeeldende verschijning van religieus leven herrijzen, wanneer een sterke strooming van religieus, d.w.z. in gevoelens en ideëen samenbindend leven, over de wereld is gegaan. Met deze kuituur-historische evolutie van de tragedie voor oogen, zal de vraag, hoe over het tooneel als kunstuiting door mij gedacht wordt, wel al door den lezer zijn beantwoord.

Maar geheel anders staat het met de tooneel-literatuur welke ik juist om haar literair karakter, in dit verband als kunstuiting minder waardeeren kan. Alleen de klassieken wisten het dramatisch gebeuren ook literair te beelden. Doch zelfs al bij Vondel treffen wij een „teveel" aan waar het de literaire kunst betreft en een „te weinig" waar het om het primaire, de dramatische handeling gaat. Ik lees De Gijsbrecht liever dan dat ik de voorstelling zie. Zoo ook Querido's Saul en David. Heijermans daarentegen treedt in zijn tooneelwerk literair op den achtergrond en wint het daardoor als dramaturg van den literator.

24

Sluiten