Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen zien (ik kan de gedachte niet verdragen dat een zondig mensch de figuur van den Immanuël, mijn Heer en mijn God, aan een kruis op een aardsch tooneel voorstelt) maar ik wil toch memoreeren dat mijn in God rustende vader, een der heiligste menschen, die ik ooit in mijn leven ontmoet heb, er tweemalen is heengegaan en mij herhaaldelijk gezegd heeft dat hij daar het gadeloos lijden van den Godmensen (dien ook hij als zijn Heer en zijn God aanbad) rijker en voller dan ooit te voren heeft leeren verstaan.

De zou een tooneel begeeren, dat in waarheid een jongere broeder der Kerk kon heeten. In de samenkomsten der Gemeente hebben wij de hoogste uiting der christelijke Kunst: het belijden der eeuwige ordinantiën Gods zonder dramatische uitbeelding, de majesteit van het priesterlijke woord des voorgangers als weergalm van het goddelijk openbaringswoord; de profetie in den hoogsten vorm. Maar daarnaast zij er plaats, vooral ook voor degenen, die nog toegebracht moeten worden, voor een tooneel van hoog-zedelijke strekking, waarlijk opvoedend van karakter, „stichtelijk" in den besten zin van dat schoone woord, dat „opbouwen" beteekent; een tooneel, dat op andere wijze dan de Kerk het vermag, van de heiligheid en onveranderlijkheid der zedelijke wereldorde getuigt en dat de sombere tragiek des gevallen menschenlevens bestraalt met het licht der goddelijke liefde en der blijde hope. Het tooneel laat ons de wereld in het klein zien; en indien daar de geest van het ware, goede en schoone tot uiting en tot overwinning komt, kan het een kweekplaats van de edelste gevoelens en gezindheden worden, die dan op Gods tijd en op de door Hem daarvoor bestemde wijze, den doop des Heiligen Geestes ontvangen kan. Waarom zou men aan de mogelijkheid dezer dingen 'wanhopen en waarom zou de Kerk hier vijandig moeten optreden? Onze tijd is niet irreligieus, al snakt hij naar andere vormen dan de traditioneel-kerkelijke om de hoogere dingen nader tot het arme menschenhart te brengen. Tegenover het materialisme van duizenden, bepleit ik een tooneel, dat weer opwekt tot reinheid van zeden, tot frisschen moed om het leven te aanvaarden en tot den strijd tegen alle decadentie en ontaarding van den naar Gods Beeld geschapen mensch.

Na dit gezegd te hebben, kan ik uwe beide andere vragen

28

Sluiten