Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods". Wij bezigen opzettelijk de overgeleverde termen om nadrukkelijk te doen verstaan, hoe dezulken te kort komen in hun eigen pogen, die uit Godsdienstige overwegingen een der kunstuitingen ondoordacht zouden willen bannen. Ook het tooneel behoort, als drager van heldenzang en treur-, ja blijspel, tot den cyclus der kunsten en bijzonderÜjk wordt hier wereld- en menschheidsgebeuren uitgebeeld.

Natuurlijk kan de kunst surrogaat voor religie en, als al het hooge, afgod worden. Dit is ongetwijfeld verwerpeÜjk.

Met deze korte, inleidende gedachte meen ik te kunnen volstaan om op uwe vragen de volgende antwoorden in te zenden.

le. Tooneel en tooneellitteratuur als kunstuiting mogen wrj niet verwerpen, zullen wij niet te kort doen aan de volle, organische werking van den menschelijken geestesaanleg en kunstvaardigheid, welke moet worden teruggeleid tot den AlverwerkeUjker, den Bouwmeester van het universum, den Dichter van het treurspel der menschheid, den Opperzangmeester der hemelharmonieën. Het bijzondere bezwaar, dat men hier oppert, n.1. dat de spelers zichzelf niet zijn, zoude min of meer bij iedere kunstinspiratie, waar het subject zich in het object verdiept, kunnen worden aangevoerd. En, een enkel bezwaar mag een gansche kunstuiting niet in gevaar brengen.

2e. Of iemand den schouwburg moge bezoeken, zal afhangen van zijn persoonlijke verzekerdheid (Rom. 14:5). Het spreekt wel van zelf, dat wij minderwaardige tooneelproducten uitsluiten. Er is hier slechts sprake van verheffende kunst.

3e. De door U genoemde „voorbereiding" acht ik niet verwerpeÜjk, integendeel', men hoede zich echter voor het helaas zoo algemeene en droevige verschijnsel in de ChristeHjke wereld, dat het ordinaire hoogtij viert.

A. H. de Hartog.

36

Sluiten