Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrediging aan kan geven, die telkens staat voor een: mag dat, en is dit geoorloofd?

Indien er dan ook één voorwaarde is, waaraan zij te voldoen hebben, die in deze zaak hun oordeel hebben te geven» van wie leiding verwacht wordt, dan is het wel deze: dat zij aan al die bijomstandigheden recht moeten laten wedervaren, dat zij met alle verschillen rekening hebben te houden, bovenal, dat hun critiek aan alle scherpte gespeend zij.

Maar nu de groote quaestie: hoe hebben wij, zelfs als wij al die voorwaarden nakomen, te oordeelen over het tooneel?

En nu ben ik niet in staat, een geleerd, uitvoerig betoog te geven over het voor en tegen daarvan. Ik ben, de voorstanders zouden mij dit al heel gauw voor de voeten werpen, niet geheel tot oordeelen bevoegd, omdat het tooneelbezoek in mijn leven nooit ook maar de kleinste rol heeft gespeeld.

Toch laat ik mij het recht tot een oordeel in dezen in geenen deele benemen. Waarom niet? Omdat het ten slotte aankomt op de visie, welke de Christen heeft op de zaken van deze wereld.

Want, laten wij dat nu maar vaststellen, het valt toch niet te ontkennen, al kan men dezen heilige, en dien reformator aanhalen die over deze zaak iets minder streng oordeelen dan anderen, en zich aan zulken vastklampen om eigen wenschen te kunnen bevredigen, het blijft toch een wringen en passen, waar men zelf nooit zoo heel tevreden over is, of althans zijn moest.

Ook een beroep op veranderde tijden is niet afdoend, want al geven wij terstond toe, dat de wereld een heel ander beeld vertoont, dan honderd en meer jaren geleden, wij weten maar al te goed, dat op dit punt de meeningen altijd verdeeld zijn geweest, maar ook dat de scheidslijn toen precies zoo Üep als nu. Ook toen was over het geheel genomen, al wat met het tooneel verband hield, verboden terrein voor de geloovigen.

Ik voel er geen behoefte aan, de gewone tegenargumenten uit te stallen, als daar zijn: de zedelijke gevaren aan het leven der tooneelspelers en speelsters verbonden, het onreëele en daarom karakterbedervende van het spelen in verschillende rollen, de onmogelijkheid om met de te vertoonen stukken steeds binnen de perken der welvoegelijkheid te blijven, en welke andere ook.

38

Sluiten