Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook moeten realistische voorstellingen voor „the man of the street" — die de diepe beteekenis ervan niet begrijpt een funeste uitwerking hebben.

Feitelijk hebben velen van ons tegen het tooneel dezelfde bezwaren als we hebben tegen schrijvers van onfatsoenlijke boeken, al gieten ze hun perverse gedachten ook in den hoogsten kunstvorm Wie dit zoo aanvoelt staat regelrecht tegenover Kloos, die schreef: „De kriticus als de kunstenaar vraagt slechts of iets mooi, niet- of iets wel fatsoenlijk en net in de vormen is." En van Deyssel schreef: „In zaken kunst is er eigenlijk van zedelijkheid, noch van zedigheid sprake. Zoodra een kunstwerk zedelijk is, is het geen kunstwerk meer."

Dr. Proost heeft deze kwestie zoo mooi besproken in zijn boek: „De religie in onze moderne literatuur".

Behalve dit punt komt nog het feit, dat het tooneelleven een zeer glibberig pad is voor menig kunstenaar.

De zou allen die deze dingen interesseeren, willen aanraden om de twee buitengewoon eerlijke boeken van Jo van Ammers Kühlen te lezen: „Het huis der vreugden", en „Jenny Heysten". Al deze overleggingen werken mede om onze menschen, al zijn ze dan ook vurige bewonderaars van de kunst, geen of zeer zeldzame bezoekers van den schouwburg te maken.

Het kan haast niet anders. Voor de ouderen is het tooneelbezoek dan ook geen probleem behoudens enkele uitzonderingen. Dit komt pas naar voren, als men met opvoeding te maken heeft, want jeugd betreedt nu eenmaal niet gaarne platgetreden paden, ze wil zelf meeningen vormen, zelf conclusies trekken, zelf omheinen en omtuinen. Dan worden in menig gezin conflicten geboren en weigert wat jong is meeningen over te nemen, die ze zelf niet doorstreed. Dat is een moeilijk oogenblik voor eiken opvoeder. Soms lijkt het alsof er een schipbreuk aanstaande is, soms is er ook een, soms wel een breuk, een verkoeling, een uit elkaar gaan...

Maar opvoeding is altijd knieën-arbeid, en algemeene regels zijn er niet voor te koop daar het levend materie even onderscheiden is als de bladeren aan een boom.

Op vraag 3 zou ik willen antwoorden dat ik het absoluut als geen kwestie of probleem aanvoel.

41

Sluiten