Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiermede is tevens genoeg gezegd van de tooneelspeelkunst; immers tooneelstukken, die niet worden opgevoerd, komen nooit voldoende tot hun recht. In ieder geval is een behoorlijke ontwikkeling der dramatische literatuur zonder een hoogstaande toneelspeelkunst niet te verwachten. Men moet de laatste m.i. echter niet beschouwen als een kunst op zich zelf (evenmin als die van den uitvoerenden musicus), maar als het onmisbaar middel om het werk van den dichter tot leven te wekken.

Ad 2. De vraag naar de verhouding van den christen tot het tooneel is m.i. een onderdeel van de wijdere vraag naar de verhouding van christendom en cultuur. Ik acht, dat hier maar twee houdingen mogelijk zijn: of de absolute verwerping van alle cultuur; de christen moet dan de woestijn in, hoe eer hoe beter; het is trouwens de vraag of hij zelfs daar in onzen tijd nog wel veel hoekjes zonder cultuur vindt. Of hij ziet deze wereld als een taak hem door God gegeven, als een mogelijkheid, die met Gods hulp tot cultuurwerkeUjkheid kan worden, als een gelegenheid arbeid te verrichten, niet voor de wereld en hare begeerlijkheid, maar voor het Rijk Gods; wanneer zóó de cultuur wordt tot een taak den mench van God gegeven, dan spreekt het wel vanzelf, dat de kunst, die welhaast belangrijkste wijze waarop de mensch aan deze wereld arbeidt, deze wereld omvormt tot een zin-en waarderijk geheel, daarbij een eerste plaats moet innemen; en dit geldt van de dramatische kunst, om de boven uiteengezette redenen, nog vóór andere. Dat dit „gevaarlijk" kan zijn, spreekt vanzelf. Elke aanraking met de wereld is dat; men kan het ook zeggen, dat het „gevaarlijk" is te leven.

Voor mij is het probleem van het tooneel dus geen vraag naar wat „mag" of „niet mag," maar eene naar wat een christen, die zijn taak ten opzichte van de wereld verstaat aan God en aan de wereld verplicht is. Practisch komt dat hier op neer, dat de christen, die gevoelig is voor kunst, den schouwburg bezoeken moet (niet mag), wanneer zijn financien en zijn werk hem dat toelaten, en wanneer een goed stuk gegeven wordt. Wat een „goed" stuk is, kan, wéér gevaarlijkerwijze, aan de gewetens worden overgelaten; bij jonge menschen kan de voorlichting van ouders, leeraren en den predikant (als die er dan ook maar iets van weet!) nuttige diensten

48

Sluiten