Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dier kerk, niet anders dan het zuiver voorstellen der leerstukken, welk eigenlijk het onderscheid tusschen ons en de andere gezindheden uitmaken, zoude verwachten, zoodanig in die verwachting wordt teleurgesteld, dat juist het tegendeel plaats heeft".

Ik zeg, de situatie is nog niet veel veranderd. En beide dames, Betje zoowel als haar bedilster, krijgen medestanders, ook onder hen, die van hun Grieksch nog wat meer weten dan Betje, die „Melpomééne" prijst, of die nog wat meer respect hebben voor wat uit de pastorie komt.

Daarbij komt dan óók nog, dat het debat nog vrijwel even vruchteloos is.

Betje Wolff schrijft het recept: „oprecht voor God leven"; dat leert wel vanzelf de rechte afzondering van de wereld. Hei is mooi gezegd, maar het is niet meer waard, dan een kluitje, waarmee de man in het riet gestuurd wordt, die met de vraag zit, of hij oprecht de godsvrucht verbinden kan met de vreugde of de ontroering van het tooneel.

En de dame, die Betje becritiseert, bewijst evenmin iets, al beweert ze genoeg.

Ze loopen beide om de kwestie heen. Ze hebben allebei gelijk en ongelijk.

De vraag is nu, of men aan deze twee twistende dames een verwijt kan maken van de ongenoegzaamheid van den diepgang van haar debat over den schouwburg.

Reeds het feit, dat haar argumentatie nog altijd de gesprekken van ons volk vult, maant tot voorzichtigheid in het veroordeelen.

Wie aan de „kerkelijken" wil verwijten, dat ze over kunst, speciaal tooneelkunst, niet rustig spreken kunnen in verzekerdheid, vrage zich af, of men van de profeten van het „ware" en de strijders voor het „goede" eischen mag een prompte liturgie van het „schoone", zoolang de priesters der schoonheid zelf elkander met geen minder scheldwoorden vervolgen, dan ooit de kerkelijken in den mond genomen hebben. Prof. Bavinck heeft gezegd: „Het schoone treedt niet met zulk een verplichtend karakter als het ware en het goede voor ons op: want juist, omdat het geen eigen inhoud heeft, de ver-

71

Sluiten