Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods" aanvaardt deze werkelijkheid niet als een oorkussen der geestelijke traagheid, om zich zoo het recht te vindiceeren, den mantel der uiterlijke verschijning van Gods geestelijke schoonheid nog dichter te maken, dan hij is. Hij voelt zijn gebrek, zijn onvermogen tot het grijpen van de goddelijke werkelijkheid, als de groote oorzaak, die God dwong, tot hem alleen in zelfbedekking af te dalen. Maar daarmee is dan ook tevens zijn plicht gegeven, om van de openbaring zóóveel te verstaan als hij kan verstaan. En in dit van God gewilde streven heeft hem het middeleeuwsche drama verder dan iets gebracht Het heeft de schatten der openbaring niet alleen verzinnelijkt doch ook vertroebeld.

Laat voorts de christen, die zoekt naar den goeden dienst der dramatische kunst, ook letten op een der grootsten: VondeL Een opvoering van den Lucifer vraagt van zijn geestelijk Godsbegrip offers, die te zwaar zijn. Adam in Ballingschap niet minder. Jephta is nog altijd een crux interpretum. En in heel zijn dramatischen arbeid is de groote Vondel in gebreke gebleven, als het er op aankomt, uit eigen positief-christehjk standpunt zijn materiaal te verwerken. Hij wil op het altaar christelijke offeranden neerleggen; maar de trappen van het altaar zijn gelegd en het altaar zelf verkreeg zijn type naar de theorie van heidenen. De kunst van Vondel moge in de conceptie van haar werk evenmin aan de theorieën der klassieken ontkomen als de homilie van veel dominees van zijn eeuw, de vrijspraak moet over hem dan ook geen oogenblik eerder uitgesproken worden dan over de kanselheeren.

Laat men nu den hedendaagschen christen-kunstenaar bij minder grooten in de leer doen gaan: hij zal vrijwel altijd tot de conclusie komen, dat voor de uitwerking van een christelijke aesthetiek, met name voorzoover het tooneel aangaat, de normatieve arbeid van den grond af zal moeten beginnen. Ook al hecht hij weinig waarde aan de van christelijke zijde zoo vaak geuite bewering, dat het inleven in vreemde rollen het eigen persoonlijk leven van den acteur doodt of voor het minst beschadigt (een „argument", dat vaak den indruk van een uitvlucht maakt, en dat door de feiten wordt gelogenstraft); en ook al geeft hij aanstonds toe, dat „vermaak" een christelijk bezit kan zijn, en dat zooveel andere bezwaren, die niet zoozeer het christelijk geweten, als wel de christelijke

76

Sluiten