Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zielsacten, die geheimen zijn tusschen God en de ziel: gebed, geloofsstrijd?

Tenslotte: deze dingen worden niet genoemd, om negatie te bepleiten of de moeilijkheden te onzeilen. Mijn overtuiging is, dat evenals de bioscoop, zoo ook het tooneel, dieperliggende menschelijke oer-instinkten bevredigt, die op zichzelf niet verkeerd zijn, maar wel waarlijk in goede richting te leiden zijn.

Maar al geef ik toe, dat de onthouding van Jezus in de dingen der kunst ons evenmin tot de negatie brengen moet als Jezus' voorbijgang van het huwelijk (Israël was trouwens niet Griekenland, en wat weet men ervan, hoe Jezus tegen de „schoone gebouwen" van den tempel opgezien heeft?), toch wil ik ook niet vergeten, dat de Grieken kwamen om Jezus te zien en dat Christus zijn apostelen gestuurd heeft ook om de Grieken te leeren. En nu kom ik tot mijn uitgangspunt terug: een christen achte het tooneel niet onder zich; maar als hij aanklaagt, dan klage hij zichzelf aan, omdat hij zoo weinig terecht kan brengen van zijn roep voor „de eere Gods op alle terreinen des levens."

Hij zoeke eerst het koninkrijk Gods. Wie dat een dooddoener noemt, wete, dat alle grijpen naar onrijpe vruchten schendt. Op den bodem van een christelijke wereld- en levensbeschouwing zie ik, onder veel voorwaarden en met alle beperking, die de christelijke vrijheid meebrengt, in abstracto plaats voor een christeÜjk tooneel. Maar ik acht het tevens tamelijk wel onbereikbaar. Zal het waarlijk „christelijk" zijn, dan moet het zich losmaken van wat buiten is. Maar de praktijk? Werkelijk hoogstaande stukken worden bij de „wereld" achtergesteld bij die van lager allooi. Het zou farizeeuwsch zijn, onzen doorsnee-mensch meer „kunstzinnigheid" toe te dichten dan dien van de overzijde. En waar halen we het geld vandaan? Hebben we het niet hard noodig voor de eerste eischen, die onze religie ons stelt? Zoolang wij niet betalen kunnen wat wij niet missen kunnen, is het debat over de kostenberekening van hetgeen we kunnen missen, onevenwichtig.

Want als een eigen kunstleven en een eigen tooneel-leven niets zou kosten, dan bleef het een armzalige caricatuur. De kunst is altijd aristocratisch. Wie ze populariseeren wil, zal het volk geen dienst doen.

78

Sluiten