Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„gelezen en hij President gisterenavond bij een billet gelast „wierd om op hedenavond te compareeren bij den Heer Mr. J. „D. Meijer, lid van Stadsbestuur en gechargeerd met de za„ken van politie, dewelke hem President in zijn relatie wegens „de plaats gehad hebbende ongeregeldheden ten sterkste heeft „gereprocheerd met verwijting dat Commissaires surveillans „zich aan de Hoofdwagt hadden behooren te adresseren om „de militaire magt tot wering dier ongeregeldheden in te „roepen en wijders gelast, in het vervolg de verordeningen „betreffende de famillienamens en 't aflezen in de Holland„sche taal ten strikste te observeren en zulks aan de geëmployeerden der kerken op poene van demissie aan te bevelen, „en eindelijk om de publicatie door de Commissarissen-ge„neraal gearresteerd op eerstkomende Zaterdag af te lezen". Men besloot de tusschenkomst van den Opperrabbijn 9) Moses Saul in te roepen om bij den ochtenddienst op Maandagochtend, waarbij weder rustverstoring werd verwacht, de gemeente door zijn invloed meer bedaard te maken en haar in de Hoofdkerk vóór de voorlezing uit de Boeken Mozes aan te sporen zich te gedragen naar de order door Commissaires surveillans gegeven; deze zouden ondertusschen zich onledig houden met de noodige demarches te doen opdat aan het verlangen der gemeente zou worden voldaan. De Opperrabbijn hield het verzoek in beraad, doch liet naderhand door zijn zoon weten, dat hij zich van het doen der aanspraak zou onthouden (klaarblijkelijk omdat hij een beslist tegenstander van de verordeningen van het consistorie was). Denzelfden dag was in alle synagogen een plechtige danken bedestond gehouden wegens de gelukkige plaats gehad hebbende omwenteling. Bij die gelegenheden waren eenige Psalmen gelezen en gezongen en was door den Groot Rabbijn een toepasselijk gebed geconcipieerd, welk gebed in de Hoofdkerk door den Heer Groot Rabbijn zelve na een treffende predicatie te hebben gehouden, was uitgesproken.

De ongeregeldheden in de synagogen bleven als te verwachten was voortduren, zoodat de Groot Rabbijn, die mede bij den ochtenddienst op den bedoelden Maandag in de Hoofdkerk tegenwoordig was, wederom moest aanbevelen het gebruik der familienamen achterwege te laten. Het consistorie bleef in

9) Moses Saul LöWENSTAM was Opperrabbijn der gemeente. Hij was benoemd 23 Juni 1793 en overleed 27 Maart 1815. De Groot Rabbijn S. B. Berenstein was zijn schoonzoon. Begrijpelijkerwijze was de verhouding tusschen beiden niet zeer vriendschappelijk. Na den dood van Moses Saul werd zijn schoonzoon, wiens betrekking bij de nieuwe organisatie van het kerkgenootschap was opgeheven, den 27 Sept. 1815 tot Opperrabbijn der gemeente benoemd. Hii overleed 26 December 1838.

11

Sluiten