Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verzoeken, om hetzelve nevens door hem opgegeven Psalmen in alle synagogen te doen uitspreken. Een nadien door den Groot Rabbijn toegezonden formulier-gebed werd niet in aanmerking gebracht, op grond dat door het consistorie geen aanschrijving voor het vieren van den bedestond was gedaan.

Bij schrijven van 7 Januari deed het consistorie aan Commissaires surveillans toekomen een door den Souvereinen Vorst uitgevaardigd bevel op den 13 Januari een algemeenen dank-, vasten bededag te houden. Het berichtte bij later schrijven, dat de Groot Rabbijn een programma van de Psalmen en gebeden daarbij uit te spreken zou vaststellen en een predicatie houden in de Groote Synagoge. Commissaires surveillans hebben evenwel uit overweging, dat het houden van die predicatie wellicht opnieuw aanleiding zou geven tot wanorde en dat de leden van het consistorie zelf blijkbaar afwezig zouden blijven, vermoedelijk om zich niet aan onaangenaamheden bloot te stellen, den Groot Rabbijn verzocht van het houden van de predicatie af te zien en den Opperrabbijn der gemeente uitgenoodigd de orde voor den dienst vast te stellen, een gelegenheidsgebed te vervaardigen en de predicatie uit te spreken.

Commissaires surveillans bleven intusschen aandringen op het beëindigen van de geschillen en het ontvangen van een billijke en eclatante satisfactie. Den 10 Februari arriveerde hier ter stede de Commissaris voor de kerkelijke zaken, de Heer Jansen, tot wien zich een commissie uit Commissaires surveillans begaf, ten einde zijn aandacht te vestigen op de onheilen, die van de plaats hebbende geschillen in de gemeente te duchten waren en hem te verzoeken het daarheen te leiden, dat de geschillen zouden worden beëeindigd en der vergadering wegens den haar aangedanen smaad een billijke satisfactie zou worden verschaft.

De Heer Jansen deelde mede, dat de zaak reeds was voorgelegd aan den Souvereinen Vorst, wiens decisie nu rustig kon worden afgewacht, daar ze zeer waarschijnlijk binnen eenige dagen genomen zou worden. Toch meenden Commissarissen surveillanten, zooals zich toen Commissaires Surveillans begonnen te betitelen, zich rechtstreeks bij schrijven van 27 Februari te moeten wenden tot den Souvereinen Vorst om dezen hun billijke wenschen voor te leggen, waarvan zij de inwilliging in het belang der gemeente verzochten.

Hangende de behandeling van die zaak genoot op Donderdag 10 Maart 1814 de Groote Synagoge de eer van het bezoek van Hare Keizerlijke Hoogheid Mevrouw de Groothertogin Catharina Prinses DouAiRièRE van Oldenburg. Ter eere van dit bezoek was de Synagoge belegd met tapijten, waren de

16

Sluiten