Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. GEBED VOOR HET KONINKLIJK HUIS

BIJ GEOPENDE ARKE.

Hij, Die koningen hulp en vorsten heerschappij verleent, Wiens Koningschap is een Koningschap van alle eeuwigheid; Hij, Die David, Zijn dienaar, gered heeft van het zwaard des verderfs, Die in de zee een weg, in de machtige wateren een pad heeft gebaand; Hij zegene, behoede, beware, verheffe, make groot en verhooge in aanzien

onze Gebiedster, Hare Majesteit Koningin Wilhelmina — verheven blijve Hare Majesteit — Z. K. H. den Prins Gemaal, H. K. H. Prinses Juliana, en H. M. de Koningin-Moeder, benevens het geheele Koninklijke Huis, verheven blijve Hunne Majesteit!

De Koning aller koningen schenke Haar in Zijne barmhartigheid leven, behoede Haar en bevrijde Haar van allen nood, kommer en onheil, onderwerpe volken aan Hare voeten, late Hare vijanden voor Haar vallen. Moge Zij, waarheen Zij zich ook wende, gelukkig zijnl

De Koning aller koningen wekke in Zijne barmhartigheid in Haar hart en in dat van al Hare hooge raadslieden een gevoel van barmhartigheid, om ons en geheel Israël wèl te doen.

Moge in Hare en onze dagen Juda geholpen worden en Israël veilig wonen. Kome de Verlosser voor Tsion, zoo zij het welgevallig, laat ons hierop zeggen: Amen.

6. SLOTZANG.

Psalm XCI, vs. 9 tot 11.

Voorwaar, Gij die belijdt, de Eeuwige is mijn toeverlaat, die in den Allerhoogste hebt gesteld Uwe toevlucht, voorwaar, U zal niet wedervaren onheil, rampen zullen niet doordringen in Uw tente. Want Zijne Engelen zal God Uwentwille gebieden om U te behoeden op al Uwe wegen.

VII

Sluiten