Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het door de commissie voor het overheidsbedrijf opgetrokken stelsel voor medezeggenschap staan, doch wordt het op eenige onderdeden meer aangepast aan het bijzondere karakter van het overheidsbedrijf en houdt het sterker rekening met de verhoudingen, zooals deze zich reeds bij dit bedrijf op dit gebied hebben ontwikkeld.

* * *

Op nog enkele andere punten van het rapport moet speciaal de aandacht gevestigd worden.

In de eerste plaats op de keuze, welke de commissie heeft gedaan tusschen een privaatrechtelijke- en een publiekrechtelijke regeling ten opzichte van de invoering van medezeggenschap.

Het heeft er wel eens den schijn van gehad — in andere tijden, dan welke we tegenwoordig beleven — dat gedacht werd, dat op de vrije machten en krachten, die uit de maatschappelijke verhoudingen opkomen, de verschillende sociale wetten zouden kunnen worden gebouwd. Om het gevaar van een verambtelijkte maatschappij te keeren, kwam men op den weg om de sociale wetten van haar wettelijke basis los te maken en daarvoor de organen van werkgevers- en werknemersorganisaties in de plaats te stellen. De ontwikkeling van de laatstverstreken jaren echter heeft wel de ernstige waarschuwing gegeven, dit niet lichtvaardig te doen, daar deze grondslag te veranderlijk en te wankelbaar blijkt te zijn om daarop een sociale wetgeving van duurzamen aard te bouwen.

De ondernemingsraden in Engeland, de z.g. Whitley-councils, zijn op privaatrechtelijke leest geschoeid en de ervaring van eenige jaren met dit stelsel opgedaan heeft de commissie er toe gebracht aan de publiekrechtelijke regeling — zooals ook in Duitschland is geschied — de voorkeur te geven. In dit geval vooral, naar het mij wil voorkomen, ook nog hierom, omdat de uitvoering van de wettelijke regeling van medezeggenschap toch ligt bij de organen, die uit het maatschappelijk leven zelf zijn opgekomen.

87

Sluiten