Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet de sympathie heeft van het personeel in de onderneming of van verschillende leden van den ondernemingsraad, is het dan zoo denkbeeldig, dat de ondernemingraad op subjectieve overwegingen zich de zaak van den betrokkene niet zal aantrekken ?

Dr. G. Flatow, de bekende schrijver van „Kommentaar op de wet op de Ondernemingsraden" en specialist op het gebied van het moderne Duitsche Arbeidsrecht heeft aan de commissie bij haar bezoek aan Duitschland dan ook al moeten mededeelen, dat in Duitschland dit inderdaad al is voorgevallen. Mede op grond van deze ervaringen meent hij, dat het beter is de materie omtrent straffen enz. in een afzonderlijke wet te regelen.

Afgezien echter van dezen zeer bedenkelijken kant, die aan deze regeling zit, is er een principieel bezwaar tegen aan te voeren, dat haar volkomen onhoudbaar maakt.

Er is niets, dat den mensch dieper treft, dan dat hij bij vermeend onrecht hem aangedaan geen recht kan vinden. De commissie blijkt van deze waarheid volkomen overtuigd te zijn, waar zij voorstelt, dat voor alle straffen de betrokkene het recht heeft van beroep op het scheidsgerecht, behalve voor ontslag bij wijze van straf.

Ontslag is echter de zwaarst denkbare straf, omdat het gelijk staat met broodeloosheid.

Om recht te vinden tegen dezen maatregel, welke het ergste leed kan veroorzaken, is de getroffene afhankelijk van het oordeel van een ander — den ondernemingsraad — of deze meent, dat hem onrecht is aangedaan. Van zijn oordeel hangt het af, of het rechtsgevoel van den ontslagene bevrediging zal kunnen vinden.

Ik acht de rechtszekerheid volgens deze regeling onvoldoende gewaarborgd. Behalve het corruptieve element, dat in deze regeling zooals is aangewezen, schuil gaat, wordt hier zonder onpartijdige rechtspraak, doch slechts na beraadslagingen in den ondernemingsraad, uitgemaakt, of voor een werknemer recht van beroep openstaat.

89

Sluiten