Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

Nam, luisterde, als naar een oud verbaal, Glimlachend, en een hand die 't venster sloot, Talmde een pooze wijl de jongen floot.

Hoort, er gaat een nieuw geluid:

Een jonge veldheer staat, in 't blauw en goud

Roept aan de holle poort een luid heraut.

Of naar deze beschrijving van een oud Hollands stadje:

Daar was een klein plein aan de watergracht En boombeplant, vol schaduw en aandacht Van dunne gouden zonnestralen, die Door olmebladen kwamen met gespie Nieuwsgierig, waar de hoenderen in blonken Goudbruin op zwarte aard, de haan te pronken Zijn dos opschudde en zijn rooden kam Een geele wipbrug lag daar en er kwam Een trekschuit doorglijden vuurrood van kiej. Het water rimpelde, de vuurkleur viel Bibb'rend tot aan den oever in 't gekabbel Tegen de schoeiing klonk het nat gebabbel.

Wie oren had om te horen en daarbij een natuurgevoelig hart, die begreep onmiddellik, dat hier een nieuwe meester was opgestaan; die begreep, dat met uitdrukkingen als:

„De klanken schudden in de lucht zoo rijp als jonge kersen".

of:

„de haan te pronken zijn dos ópschudde en zijn rooden kam"

of:

„Tegen de schoeiing klonk het nat gebabbel"

Sluiten