Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

Het pers. voornaamwoord §i bezigt men voor personen, waarvan bet geslacht niet bekend is (mensch, kind, persoon) en veoT dieren en zaken, doch steeds in H enkelvoud. Het meervoud er van is Ui.

Gi wordt gebruikt, wanneer men iemand wil tutoyeeren; 't komt zelden voor. Zo^fAy ét

Het voorvoegsel (prefikso) ge voor een woord met mannelijke beteekenis geplaatst, levert een woord, dat zoowel de vrouwelijke als de mannelijke wezens beteekent; het krijgt dan ook de meervouds-,;'.

ge vóór patro levert gepatroj (ouders)

ge vóór filo levert gefiloj (zoons en dochters)

ge vóór avo levert geavoj (grootouders)

Het voorvoegsel bo drukt de verwantschap door aanhuwelijking uit, zooals schoon in 't Nederlandsch:

oopatro — schoonvader oopatrino — schoonmoeder oofilo — schoonzoon oofilino — schoondochter

öofrato — schoonbroeder, oofratino — schoonzuster, zwager

Het voorvoegsel pra vormt de band met het vóór- en nageslacht :

prapatroj — voorvaderen pra&vo — overgrootvader

prageavoj — overgrootouders, pranepo — achterkleinzoon

Het vormt ook namen van andere wezens dan bloedverwanten, benevens zaaknamen uit de oude tijd.

jpmtipo — oertype pratempo — oertijd

prahistorio — praehistorie pra arbaro — oerwoud

Sluiten