Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De werkwoorden veni en" pendi zijn onovergankelijk (netransitiva). De afleidingen venigi en pendigi beteekenen: venantigi en pendantigi of igi venanta en igi pendanta.

Hier hebben we dus de vorm van het werkwoord in de bedrijvende beteekenis en tevens als adjectief, eindigend op a : venanta, pendanta.

In venigi en pendigi is dus ant weggelaten.

Eegel: het achtervoegsel ig vormt van onovergankelijke (netransitiva verbo) werkwoorden overgankelijke (transitiva verbo) met bedrijvende beteekenis. De overgankelijkheid zit alleen in igi.

De onovergankelijke werkwoorden hebben geen lijdende vormen met ata, ita, ota, doch kunnen uitsluitend in bedrijvende beteekenis voorkomen. (Zie les 12 en 13).

Anders is het gesteld met de overgankelijke werkwoorden. Deze kunnen zoowel de vormen met ata, ita en ota hebben Als die met anta, inta en onta. Dezulke, afgeleid met ig hebben alzoo een dubbele beteekenis:

• ■ ~) ■ — ' \L

l igi m&nganta / •* ^{Z- fin 3/

mangigi = ) en

( igi mangata.J* De zin „Mi mangigis mian êevalon" is dubbelzinnig en kan beteekenen:

1. Mi igis manganta mian êevalon, en ? h A

2. Mi igis mangata mian êevalon.

Om dubbelzinnigheid te vermijden, is het geoorloofd de bedrijvende of lijdende vorm van het werkwoord uit te ■drukken door ant of at:

1. Mi mangantigis mian cevalon.

2. Mi mangatigis mian êevalon.

De oorzaak der dubbelzinnigheid is hierin gelegen, dat man§i en igi beide overgankelijk zijn en niet duidelijk is,

_P. Heilker, Esperanto. 3

33

Sluiten