Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

bij welk der twee het lijdend voorwerp „mian cevalon" behoort.

De eenvoudigste manier echter, tevens de meest gewenschte, is, de zin te omschrijven:

i> Mi donis al mia êevalo mangajon. 2. Mi donis mian êevalon kiel mangajon.

Meestal echter is de zin duidelijk genoeg, ook zonder omschrijving, 't zij door de context, 't zij door de beteekenis van het werkwoord: Mi trinkigis mian êevalon.

1. Mi tirigis mian êevalon.

2. Mi batigis mian êevalon.

De werkwoorden met i§ afgeleid, beteekenen een komen in de toestand, door het grondwoord uitgedrukt, dus een overgang in een andere toestand. Een wederkeerige beteekenis houdt ig nift in.

De verbindingen met adjectieven, substantieven enz. leveren geen moeilijkheden:

paligi =* i£i P^* = D*eek worden vidvinigi = igi vidvino = weduwe worden Verbonden met overgankelijke werkwoorden, hebben ze een passieve beteekenis:

trompigi = i£i trompatfa rompigi = igi rompato komencigi = i£i komencafo

La pordo fermigas = La pordo estas fermata. / La vaeo rompigas — Be vaas breekt, (wordt stuk).

Onovergankelijke werkwoorden met i§i zijn er niet veel: sidi§i (sidi = zitten), dormifi (dormi. = slapen), kuêtyi (kuêi = liggen), stari§i (stari -ff staan) en enkele andere, die door het gebruik burgerrecht hebben gekregen en gerust kunnen

Sluiten