Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

Vragende woordjes vangen in 't Nederlandsch veelal met io aan: wie, wat, welke, waar, wanneer, waarom enz. Vergelijk: wie, wo, was, who, where.

In 't Esperanto beginnen ze met k. Vergelijk: qui, quel, quel, qnod, cnando.

Alzoo: kin = wie? welke? kio = wat? kie = waar? kiam = wanneer ? kies = wiens? tial = waarom? kia = wat voor 'n?

kiom = hoeveel?

kiel = hoe? Voorbeelden:

Kiu vokas tie? = Wie roept daar?

Kiu domo estas aêetebla? = Welk huis is te koop?

Kio falas tie ? = Wat valt daar ?

Kie vi estas ? = Waar zijt ge ?

Kiam vi venos ? = Wanneer komt ge ?

Kies libro estas tin? = Wiens boek is dat?

Kial vi ploras? = Waarom weent ge?

Kia birdo flugas tie ? = Wat voor 'n vogel vliegt daar ?

Kiom vi pagis por tio ? = Hoeveel betaalde gij daarvoor?

Kiom da dentoj homo havas ?= Hoeveel tanden heeft 'n

mensch ?

Kiel vi venis tie? = Hoe kwaamt ge daar?

De woordjes iedereen, alles, altijd, overal, ieders, overal om, allerlei, enz. drnkken iets algemeens, allesomvattends uit. iedereen = iedere persoon overal = iedere plaats alles = alle zaken ieders = van iedereen

altijd = iedere tijd

Sluiten