Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

Ili estas tiel fieraj, kiel ricaj. Zij zijn zoo trotsch, als rijk. '

2. Li estas pli rica, oZ saga. Hij is meer rijk, dan wijs. Li estas malpli saga, oZ rica. Hij is minder wijs, dan rijk.

Ook kan een zelfstandigheid één eigenschap bezitten, die niet onder alle omstandigheden in dezelfde mate aanwezig is. Die omstandigheid wordt er dan bijgenoemd.

1. Li estns pli riêa, se li estas kontenta. Hij zon rijker zijn, als hij tevreden was.

2. Li estas plej brava, kiam li mangas. Hij is op z'n dapperst, wanneer hij eet.

Wat hiervoor van de bijvoeglijke naamwoorden gezegd is, geldt evenzeer voor de bijwoorden, die zich immers tot de werkwoorden verhonden als de adjectieven tot de substantieven.

Voorbeelden:

1. Mario kantas tiel hele, kiel Sofio. Mar ie zingt even mooi, als Sophie.

2. Mario kantas pli hele, ol Sofio. Marie zingt mooier, dan Sophie.

3. Mario kantas plej hele el ciuj. Marie zingt het schoonste van allen.

4. Mario kantas plej bele, kiam Si laboras. Marie zingt op z'n mooist, wanneer ze werkt.

(Wanneer plej de graad eener werking uitdrukt, wordt het niet door een bepaald lidwoord voorafgegaan: La, viro, kiun vi plej admiras, estas mia amiko = De man, die gij het meest bewondert, is mijn vriend).

Sluiten