Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

d. verleden toek. tijd (voltooid).

Staat de hoofdzin in de onvolt. verl. tijd, dan komt de bijzin in de volt. verl. toek. tijd. met de verleden tijd van zullen = zouden.

Hij beloofde, dat hij vóór Zondag betaald had = Hij beloofde, dat hij vóór Zondag betaald zou hebben.

Vertaling:

Li promesis, ke li estos paginta antaü dimanco.

Hij hoopte, dat hij spoedig geslaagd was = Hij hoopte, dat hij spoedig geslaagd sou *jjn. Vertaling:

Li esperis, ke li baldaü estos sukcesinta.

De directe rede geeft ons de juiste tijd aan: Hij beloofde: ik zal hebben betaald vóór Zondag. Hij hoopte: ik zal zijn geslaagd spoedig.

Alzoo heeft het Esperanto voor de beide verleden toekomende tijden dezelfde vormen als voor de beide toekomende tijden, hetgeen blijkens al het voorafgaande duidelijk en logisch is. (Zie voorts „Opmerkingen" hierachter).

e. de voorwaardelijke wijs.

Deze wijze noemt men wel eens — zeer terecht — de onmogelijkheidswijs. Er is een voorwaarde, die niet of hoogst onwaarschijnlijk vervuld wordt. En wat van zulk een voorwaarde afhangt, wordt vanzelf ook geen werkelijkheid.

In de volgende zinnen komt de voorwaardelijke wijs voor:

Als ik geld had, zou ik veel goed doen, of

Als ik geld had, deed ik veel goed.

Indien ge wist, wie hij was, zoudt ge hem niet vertrouwen, of

Indien ge wist, wie hij was, vertrouwdet ge hem niet.

Sluiten