Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

estri — meester, baas zijn, heerschen estrigi = meester, baas worden estro de urbo = urbestro

,, „ sipo = sipestro

i „ lernejo = lernejestro

Een zelfde beteekenis heeft ée/, dat door sommigen ook als voorvoegsel wordt beschouwd; o.i. zonder eenige grond, 't Is toch hetzelfde woord als 't Fransche chef (van het latijnsche caput = hoofd), 't Komt overeen met het Hollandsche aarts, hoofd, eerste, in êefangelo = aartsengel; êefurbo = hoofdstad; êefministro = eerste minister = premier.

la êefa afero = de hoofdzaak

Het voorvoegsel fl en 't achtervoegsel ae.

Beide hebben een ongunstige beteekenis, welke ze overdragen op het woord, waarmee ze verbonden worden.

fi heeft betrekking op het innerlijk, doch ac op het uiterlijk.

fi-ago = schanddaad

ag-ac-o = 'n streek of onhandige daad

fihomo = 'n slecht mensch

homaco = 'n misvormd mensch

Het gebeurt vaak, zoowel in 't Esperanto als in 't Nederlandsch, dat het antecedent van een betrekkelijk voor naamwoord wordt weggelaten:

1. Wie mij lief heeft, volge mij = Kiu amas min, sekvu min = Tiu, kiu amas min, sekvu min.

2. Wat ik bezit, zal ik gaarne geven = Kion mi posedas, mi volonte donos. = Tion, kion mi posedas, mi volonte donos.

Sluiten