Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

133

TWEE EN TWINTIGSTE LES.

Tusschenwerpsels (interjekcioj) zijn in hoofdzaak gevoelsklanken en nabootsingen van geluiden. De voornaamste zijn:

ha! he! ho! bis! bravissime! ve!

ho ve! = o, wee! fi = foei, brave! = bravo!

hola! hura! krak! pum!

pro Dio! al la diablo! enz.

Overigens kunnen nog zeer veel woorden als tusschenwerpsels gebruikt worden, b.v.:

morto kaj inferno! = dood en hel!

fnlmo kaj tondro! = bliksem en donder!

dank al Dio ! = Goddank!

justa cielo! = gerechte hemel!

per Dio! = bij God!

en nomo de êielo! = in 's hemelsnaam!

Het achtervoegsel urn.

Dit achtervoegsel heeft geen nauwkeurig omschreven beteekenis. Het wordt geplaatst achter woordstammen, om daarvan een beteekenis af te leiden, die door geen ander achtervoegsel kan verkregen worden. Het moet weinig worden gebruikt. De met urn gevormde woorden leere men uit het hoofd.

aerumi = luchten datumi = dateeren

butonumi = toeknoopen komunumo = gemeente

butonumilo = knoopenhaak mastrumi = huishouden

busumo m muilkorf amindumi = 't hof maken

cerbumi = malen, tobben partumo = breuk

gustumi = proeven glitumi = schaatsen-

kalkanumo = hak rijden

Sluiten