Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

Alvorens een droog bouwveld aan te leggen, zuivert men het terrein van steenen en takken. Wat brandbaar is, wordt verbrand. Dikke woudreuzen, waartegen de vlam niets vermocht, dan de buitenkant verkolen, laat men staan. Omgekapte boomstammen, te zwaar om vervoerd te worden, laat men liggen.

Van de zware takken vormt men een muur, om de rijst later te kunnen beveiligen tegen de verniel- en vraatzucht van wilde dieren. Nu ploegt en egt men de grond met eenvoudige werktuigen. Een wachthuisje wordt gebouwd, want allerlei dieren zouden zich anders de oogst toeeigenen.

Het zaaien neemt nu een aanvang. Met een fijnbewerkten stok worden gaatjes in de grond gedrukt. In ieder gaatje werpt men eenige rijstkorrels. Warm weder en veel regen doen onder de zegen des Hemels de rest.

Op gronden, die men kan laten bevloeien, gaat het anders. Nadat de ploeg tweemaal door de aarde is getrokken, de tweede keer dwars op de eerste richting, begint het eggen.

Jonge plantjes worden een voor een in de slijkerige bodem uitgeplant, wat vooral vrouwenwerk is. Veertien dagen vóór het rijpen laat men het water wegvloeien.

Een opstel te maken in Esperanto over een der volgende onderwerpen:

1. Mijn schooljaren.

2. Strandleven.

3. Een voetbalwedstrijd.

4. Paard en auto.

5. Onze moedertaal.

Sluiten