Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160

De uitgangen, die we in Esperanto kennen (o, a, i en e) stellen het hoogste begrip voor in hun soort. Wat aan die letters voorafgaat, is altijd een begrip van lagere orde. Eindigt dus een woord op een dier letters, dan heeft daarmee de climax in de rij der begrippen opgehouden, want het hoogste is bereikt. Er kan niets meer achter komen, dus ook geen andere uitgang. Twee uitgangen zijn onmogelijk. Daarom wordt de voorlaatste uitgang (in ons voorbeeld de i) vervangen door een begrip, dat naastliggend lager is. (ad).

XI

ï.

De woorden fork, kuier, krajon hebben in zich de idee il (middel). Ze behooren alle tot het hooger begrip Ho. Volledig uitgedrukt luiden ze: forkilo, kulerilo, krajonilo = ilo el speco fork, kuier, krajon. II is overbodig. De woorden hak, kudr, fos, bevatten de idee werkwoord, bier ago.

Om de woorden bijl (hakmiddel) naald (naaimiddel) en schop (graafmiddel) te vormen, moet de idee middel er ingebracht worden. Alzoo hak-il-o, kudr-il-o, fos-il-o = ilo por haki, ili por kudri, ilo por fosi.

De uitgang o van het substantief heeft betrekking op het onmiddellijk voorafgaande woord (ü) en niet op de stam van het werkwoord.

XII

ej-

De woorden garden, êambr, Amerïk, bevatten reeds de idee ej.

Gardeno estas ejo el speco garden. Cambro „ „ „ „ cambr. Ameriko „ „ „ „ Amerik.

Sluiten