Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DELFT

grachten loop of op een der hooge bruggen sta, heb ik als kind nimmer iets begrepen. De groote menschen van mijn kindertijd maakten zich nog niet druk over het schoon van oude gevels en het behoud van schilderachtige bruggen; mijn jeugd was de tijd van de Maquart-boeketten, de schilderijen van postzegels en de steenen hondjes. Wij werden in die jaren veel meer geïmponeerd door de nieuwe pui met spiegelruiten van den spekslager, dan door het geschilderde glas, dat Jan Schouten met eindeloos geduld uit oude scherven bijeenzocht; en wij kinderen vonden de Groote Markt (er is geen tweede zoo in heel ons land!) alleen werkelijk mooi in de kermisweek, als de groote stoomcaroussels er draaiden.

Maar wèl heb ik, van mijn prilste jeugd af aan, den grijzen ouderdom van Delft leeren zien en eerbiedigen, ben ik geboeid en gegrepen geweest door de geweldige gebeurtenissen, die zich tusschen haar muren hadden afgespeeld en door al de merkwaardige herinneringen, die haar huizen tusschen hun muren bewaarden. Daarvan wist mijn Vader er vele, die hij weer van zijn Vader en Grootvader had gehoord, en hoeveel meer nog wist mijn Grootmoeder, in haar stoel bij het venster, mijn heel oude Grootmoeder, die den ongelukkigen Naundorf, den Dauphin van

15

Sluiten