Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

aan lang vervlogen Sabbath-ochtend-uren. De werd dan, na den morgen-dienst en dc boterham, met Schloume en het Hebreeuwsche boek in die voorkamer afgezonderd. We waren beiden twaalf jaren, en voor Schloume naderde het oogenblik der bevestiging tot de „kerkelijke meerderjarigheid". Zoon plechtigheid heeft altijd op een Sabbath-morgen in de synagoge plaats, en het is de penibele taak van den aspirant-meerderjarige om de in die week aan de beurt zijnde Wetsafdeeling — knappe bollen nemen een heel „boek" voor hun rekening! — voor de gemeente ten gehoore te brengen. De stumpert staat dan op de plaats van den „gazzan", hij zingt en leest uit de werkelijke Thora, die geen klinkers, enkel medeklinkers bevat, en als ik mij niet vergis, evenmin de zangteekens aangeeft bij de woorden. Zoo'n „parsje" mag dus wel terdege zijn ingestudeerd! En daar Schloume van Jitschak, bijgenaamd Prutlip, niet van de slimsten was en mijn brave vader (lang) niet van de geduldigsten, en ik toen al beschikte over datzelfde „wanstaltige geheugen" (terminologie van mijn eerbiedig kroost) viel mij de taak toe, dezen hardleerschen aspirant-meerderjarige zijn „parsje" in te pompen, die ik na twee keer hooren lustig liep te kweelen uit mijn hoofd.

52

Sluiten