Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP WEG

tochten ondernomen in de kerken, die, te geweldig voor den kleinen drom kerkgangers, in hun leege plekken gastvrijheid verleenden aan stil spelende kinderen, die in de Zondagsche straat dwalerig en verveeld de kerk waren binnengeslipt. Alleen de Lange Jan waakte. Elk heel en half uur, elk kwartier greep het klokkespel gebiedend in, een hel geluid in de lucht boven de stille straten; zelfs de kwartieren werden niet gaaf gelaten. Een paar waarschuwende scherpe tonen vormden het klik vóór elk afgerond kwartier. De tijdindeeling werd den langen dag en nacht nauwkeurig door den Lange Jan geregistreerd, doch wat deed men daar in Middelburg met den tijd zelf? De lakenkoopman stond er op zijn stoep, de bankier keek over zijn horren; een aantal gewichtige lieden drentelden eiken dag naar de sociëteit, nazaten van even gewichtige heden; de mijnheer van de courant, een schichtige verschijning, scheerde langs de leege straten. De courant, hoe klein en onbelangrijk ook in dien tijd, moest toch vol, er gebeurde werkelijk te weinig in het stadje en een gevallen paard was een uitkomst. Als de journalistiek was het politiewezen nog in een beginstadium; een heerlijk oord voor kinderen was dat oude Middelburg, waar het gras welig tusschen de geweldige straatkeien wies en de geminachte

61

Sluiten