Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP WEG

of meer op hen neerzien. Voor de boeren en hun verzaking van het geld had men in de stad een geringschattend lachje over. Een goedig volk, dat in een Arcadia zou hebben thuis behoord. Niets dan vriendelijkheid ontmoetten de kinderen op hun dwaaltochten langs de stille wegen, de Schroeweg, de oude Vlissingsche met de kleine en groote Abeele. Een welbehagen van jeugdgevoel dekt als een doovende nevel alle preciseerende herinnering toe; wel zeker zie ik de goedige, rustige boerinnen toetreden naar de haag rond den hof, om ons wandelenden kinderen een kopje thee aan te reiken, en den hond verbieden, die ons aanblafte.

Een Arcadia van zorgelooze vrede — doch duidelijke beelden vluchten weg, wanneer ik ze grijpen wil.

*

* *

— De zon schijnt fel in mijn vaders studeerkamer; in een aanhangsel van die kamer, een raamlooze alcoof met drie wanden van boeken, zit ik met mijn poppen; het is Zondagochtend en ik kan eindeloos spelen, de zonnige dag is een tijd zonder einde. Het is ook goed want ik heb veel te doen. Ikheb tien poppen en er is aan allemaal nog wat te herstellen, en

voor allen moet ik zorgen. Drie liggen er in

63

Sluiten