Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN EERSTE SCHOOLJAAR

het laatste op zaterdagochtend. Dan moesten wij Romeinsche cijfers schrijven onder leiding van Marie Sanders, een meisje uit op één na de hoogste klasse. Zij was in den rouw over haar vader, hetgeen mijn hart met medelijden voor haar vervulde; wat moest 't vreeselijk zijn, als je vader was gestorven! Boven de zwarte jurk straalde een vriendelijk bleek gezichtje en ze had een lieve stem en zachte gebaren. Haar bijzijn, haar vriendelijkheid, maakten dat uurtje tot iets liefs voor mij, hoe vervelend de Romeinsche cijfers op zichzelf ook waren: we schreven altijd weer dezelfde reeks: van I tot C en dan D, M, en enkele getallen. Als je 't eenmaal kende, viel er niets nieuws meer aan te leeren. Maar Marie praatte fluisterend met ons en vertelde van haar boerderij thuis en teekende soms dieren op onze lei tusschen de Romeinsche cijfers in.

En dan om twaalf uur het heerlijke besef, anderhalven dag bevrijd te zullen zijn uit de verschillende kwellingen, die de school voor mij opleverde! Thuis te mogen zijn bij vader en moeder en de hooiden en poesen, waar wij altijd ruim van voorzien waren, en te mogen spelen met de kameraadjes van mijn eigen dorp! dat was elke week weer een heerlijkheid!

Vertelde ik thuis niets over de plagerijen,

95

Sluiten