Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

blik later als boetvaardige zondares vóór juffrouw Laak, die ditmaal aan op één na de hoogste klasse in het vóórlokaal les gaf. Op 't driftig verhaal van juffrouw Reiman besliste zij kalm: „een week niet spelen", een straf, die mij, gezien de omstandigheden, vrij dragelijk toescheen en een zekere nieuwsgierigheid in mij wekte. Wat zou ik dan moeten doen als de anderen naar buiten gingen?

Toen het lokaal den volgenden morgen op het speeluur leegliep, uitgezonderd de beide vriendinnen van juffrouw Laak, werd mij door deze bevolen, wat dichterbij te komen zitten en een lesje uit te schrijven op de lei, 't vervelendste werk dat ik kende.

Maar ik nam mij voor, 't vlug af te maken en dan zelf verzonnen sommen te gaan maken, zooals ik ze vroeger geleerd had van de juffrouw thuis: optellingen van eenige rijen en breed neergeschreven aftrekkingen, zooals wij ze in de klasse nooit maakten.

Maar er kwam andere afleiding.

Dicht gezeten bij de twee hoogste klassers, kon ik hooren, wat zij lazen. Nu 't lokaal leeg was —»juffrouw Reiman had 't andere lokaal voor haar rekening — werden de stemmen minder gedempt en ik verstond een verhaal, dat mij dadelijk vasthield; iets van een reiziger, die,

98

Sluiten