Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

geheele speeluur sommen bedenken, en toen gebeurde het bijzondere, dat juffrouw Laak met mij praatte en voor 't eerst vroeg, wat ik alzoo geleerd had, vroeger thuis.

Den volgenden dag was ik verhuisd naar de derde klasse, die in het andere lokaal Verbleef.

De lessen waren hier voor mij minder vervelend, omdat zij tenminste iets nieuws gaven; wij hadden vormleer, dat wij in navolging van juffrouw Reiman „hoeken, kanten, lijnen" noemden, en aardrijkskunde, dat „Noord, Zuid, Oost, West" heette.

Overigens ontmoette ik ook hier dezelfde koelheid als in mijn vorige klassen, maar ik beproefde geen toenadering: de ondervinding had mij uiterlijk verstugd, al verlangde ik innerlijk hevig, in de vriendschap van mijn klassegenooten te worden opgenomen.

Toen, onverwachts, kwam de kans!

De klasse, veel aan zichzelf overgelaten, kreeg vaak optelsommen van vijf of zes rijen te maken, voor elke leerling verschillend. In 't maken van zulke optellingen bezat ik een Zekere bedrevenheid, die nu, opnieuw geoefend, groeide; op een dag vergiste mijn buurvrouw zich telkens in haar som en keek met benijdende oogen naar de mijne, die af was.

100

Sluiten