Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN GROOTVADER EN IK

oude linnenkast, met uw Onberispelijk ingeperste

ruiten en uw geborduurde C. —• „Corneille" heette mijn grootvader, doch ge behoeft daar om mijnentwil niets litterairs achter te zoeken, het was Cornelis op z'n Fransch —, ach, beddelaken, met uw vier knoopen, die alle een hartewensch van mij hielpen onthouden, of alreeds vervulden in den vorm van een pyramiedje van witte drop ... hoe gaat in het jaarlijksch griepgetijde nog mijn heimwee naar u uit! Maar hoe teeder was dan ook de hand, die, in uw edele en stijve plooien verscholen, zorgzaam tipte en nipte naar het platte pepernootje, dat mijn neus toen nog maar was.

Mijn diepste herinnering wijst ongeveer naar dien tijd terug. Naar de winteravonden, waarop „hij" na „den" eten kwam door wind en weer om met mij te spelen, om mij op zijn rug naar boven te dragen, toe te dekken en vaarwel te wenschen tot den volgenden ochtendstond. „Klik!" zei dan de voordeurbel, maar ook zonder dit vertrouwelijk sein zou met den slag van zeven, wanneer het theewater werd binnengebracht en altijd fhetzelfde speelgoed: de school van meester Pit, op de tafel vóór den leunstoel gereed stond, het huis zich voor hem hebben geopend. En het kind, al in den

109

Sluiten