Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

„Pas op toch, Vader!" — was deze zwaarste aller concurrenties uitgesloten. Langer had Grootvader bovendien niet kunnen bukken, noch ik kunnen bengelen in mijn bovenmenschelijken staat. Ijzig was dan de gang, de open trap ... Maar wie voelt dat, geheven op den hoogsten troon der mannelijke bereid- j vaardigheid!

Hoe mijn Grootvader er uit zag? Ik zou het \ moeilijk kunnen beschrijven. In deze jaren was een groot-mensch voor mij nog zulk een onoverzienbare complicatie, in haar geheel nauwelijks te omvatten, en mij eigenlijk het liefst • „en détail". Ik kende elk plekje aan zijn gezicht : het marmer van zijn wangen, de krasjes en de oneffenheidjes, de grijze bakkebaardjes, jj waaruit zijn bloote kin stak als een zandbankje \ uit het schuim der zee, en het vlechtsel van I blauwe aderen, dat, als geographisch getrokken, j met den vinger was na te kronkelen tot onder I zijn, niet welig, maar in het lamplicht als sneeuw i schitterend stoppelhaar. Of zijn oogen voor I allen, die hem ontmoetten, zulke heldere bronnen 1 waren als voor mij? Ieder mensch heeft zijn '\ vrienden en vijanden, zijn deugden en zijn I gebreken, leerde men mij inmiddels, en daaruit 1

114

Sluiten