Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN GROOTVADER EN IK

papieren bosch-décor geurde naar thijm en versche hars ... Ach mevrouw — hoe heet ge? _ gij waart „De schoone slaapster", die mij wekte. Nog zie ik u zweven op uw ongemakkelijk schraag je, met uw onwaarschijnlijk blonden haardos, loensch-oogend naar den Prins, die wel vijf minuten werk had om door de spinnenwebben van het boschage te naderen tot uw troon... Vijf minuten, waarin mijn hart stil stond. En nog eenmaal vijf minuten, waarin hij zich over u boog... aleer hij tot den oppersten kus ook maar waagde te besluiten. Zóó bevend als toen mijn hand in Grootvaders hand lag, ijskoud van zalige ontroering ... Men weet het nooit, maar zeker is het schouwtooneel een leerschool, ook voor de liefde, en tot op zekere individueele hoogte voor de pudeur.

Aan u, Grootvader, dank ik het, dat ik voor de romantiek dezer gevoelens niet gansch onbekwaam ben gebleven, en jong al leerde, dat men zich tegenover de zoetste vervullingen niet overhaasten moet.

* *

Toen ik tien jaren oud was, kende ik slechts één fanatieken en dreinenden wensch: een paar bruine schoenen. Men zal thans voor dezen droom — aan het schuim der maatschappij ver-

119

Sluiten