Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN GROOTVADER EN IK

de bruine veters, in dien winkel in de Kal verstraat gelegd. De nieuwe bruine schoenen zaten lang zoo gemakkelijk niet als de oude zwarte, ze waren mij een nummer te klein, maar dat heb ik eerst veel later gevoeld, en met heldenmoed geloochend, ook voor mezelf. De enkele maal, dat ik dien dag nog opkeek van mijn glansrijke voeten, was om Grootvader aan te zien... en hij mij. Met de glunderste verstandhouding ... met de innigste liefde ... Al was die dan ook op een leugen gebouwd, en in dien duren winkel •— als nieuwste nouveauté — duur betaald.

„Ik moet zeggen", knikte Grootvader, onbevangen en met een gansch-en-al „jarig" gezicht: „nu ik aan de kleur wat gewend raak ... dat het mooie schoenen zijn."

Dit was mijn Grootvader als weldoener. In de latere jaren werd hij mijn verdediger, de ridderlijkste, trouwste, dien ik ooit heb gehad. Geen twijfel kende hij aan mijn goede hoedanigheden, geen smetje het hij op me... Altijd hadden alle anderen ongelijk. Hij rekende mijn sommen uit en vertaalde mijn Fransche thema's, en wanneer ik strafwerk meebracht, stijfde hem dit in de overtuiging, dat mijn jonge hersenen

123

Sluiten