Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN GROOTVADER EN IK

wel geneigd om het ongeluk wat lichter te tellen, ik geloof, dat het toen met den val van een ministerie gelijk te stellen is geweest. In onzen welvarenden kring! De oudste kleindochter! Iedereen, ook ik-zelf, was overtuigd, dat ik best „gekund" had... Dat mijn kansen aanmerkelijk gunstiger zouden hebben gestaan indien niet Grootvader, maar ik, mijn thema's had gemaakt. Dat het feitelijk de proef op de som was van onzen verderfehjk-prettigen omgang, waarbij het ons veel te weinig schelen kon in welk jaar Alva den Briel verloor, en waarbij we onder den druk van Vondel's alexandrijnen in slaap vielen.

Ik had nooit gedacht, dat men op twaalfjarigen leeftijd al zulk een familie-rouw te weeg kon brengen. Aan de koffietafel, met den voorbarigen tuileband, waarvan niemand durfde te eten, zaten we naast elkaar, de boosdoeners. Den kostelijken zakdoek schoof hij onder mijn arm door... En plotseling lag er ook een sneedje tuileband op mijn bord. Om mij hoorde ik opmerken, dat ik dit niet verdiend had... Maar het lag er nu eenmaal al op... En ik begon, na alle wederwaardigheden, wel trek te krijgen ook...

Toen sloot zich om mijn hand, die naast mijn bord lag, aanmoedigend, een andere hand.

125

Sluiten