Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

en vochtig tegen het bloot. O! o! er is iets niet in orde met die firma in Rotterdam. Zij stoken... zij melden allerlei ongunstige berichten : van het uitblijven van den oostmoesson en van dien koppelbos en van de lagere cijfers... en eindelijk maken zij „den administrateur verdacht", en „wekken wantrouwen" en „probeeren tweedracht te zaaien..

Zij licht haar gezichtje op, en kijkt verwonderd om zich heen. Straks zat zij zoo prettig hier... het was zoo zonnig en stil... Nu ziet alles er heel anders uit: zoo vreemd, zoo leeg... en 't is of de stilte haar benauwt...

Maar als Cootje nu kwam, en haar wéér vroeg, om mée te spelen, dan zou zij: neen! roepen en hard weghollen naar de kinderkamer, als daar tenminste maar niemand was... niemand, niemand...

Want zij voelt, dat zij nu niet kan praten. Zij zou onmogelijk aan iemand kunnen vertellen, wat haar kwelt en bezwaart. Zij weet het zelf immers niet?

Neen, er is niets ... Zij heeft geen verdriet, geen pijn. En toch... Er is iets, wat zij niet verklaren kan, waardoor zij niet ruim en vrij kan ademhalen... zij is angstig en onrustig, en zonder dat zij het weet of wil, staan haar oogen vol tranen.

146

Sluiten