Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

vormden er den achtergrond van. Het was een wereld op zich zelf, waar m'n zusje en ik in opgroeiden, zonder veel met andere kinderen in contact te komen. lederen ochtend om kwart over acht hepen we samen naar school, achter ons de loopjongen, die de tasschen droeg en het oog op ons moest houden. Die wandelingen waren meestal een heerlijkheid; we kwamen langs een groot stuk onbebouwd land, waar klaver in het gras geurde en waar we soms convolvulus en lange ranken paarse wikke vonden. Dat dat zoo maar kon, dat je zoo iets prachtigs plukte op een gewonen schooldag, vervulde me met een geluksgevoel, dat ik nog navoelen kan.

Het is tegenwoordig mode het voor te stellen, alsof de ouderwetsche school, de „luister"school een plaag is geweest voor alle kinderen met eenige begaafdheid, en alsof die aan hun jeugd een herinnering moeten hebben van verveling en onderdrukt worden. Ik kan niet anders verklaren, dan dat ik me in dat oude heerenhuis met de donkere trappen en de kleine lokalen, waar mij de grondbeginselen der wetenschap werden bijgebracht, gewoonlijk zeer tevreden heb gevoeld en nooit neiging heb gehad mij te beklagen, dat mijn „persoonlijke aanleg" er niet genoeg tot zijn recht kwam. Als er eens

158

Sluiten