Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOEN ONZE MOPS EEN MOPSJE WAS

een les werd gegeven over dingen, die je al wist of die je niet konden schelen, kon je juist zoo zalig verzinken in je eigen droomerijen. Je keek door de stoffige ramen naar de masten der schepen, die in de haven lagen; in de verte, op de brug, liep een jongen te fluiten; daar ging het gewone leven zijn gang, en hier zat je in je gele bank, het je gedachten wiegen op de cadans van de stem der onderwijzeres, en voelde intuïtief een diepe dankbaarheid om het met-rust-gelaten-worden.

Ja, in' het met rust gelaten worden, daarin komen de kinderen van tegenwoordig voor mijn gevoel veel te kort. Toen wij klein waren, was nog niet die ideale verhouding tusschen ouders en kinderen bereikt van volkomen vertrouwen ; van respect ook voor de onvolgroeide persoonlijkheid, van ouderavonden, een bibliotheek van boeken over opvoedingsproblemen, enz. enz. Wij werden gewoon verboden, op school en thuis; niemand agiteerde er zich over, als we eens veel huiswerk hadden, wij zelf allerminst: als we liefhebberijen bezaten, — teekenen, muziek, versjes, — werd dat in onze vrije uren getolereerd, als de lessen er niet onder

leden, maar niemand had er bizonder veel aan¬

dacht voor over; en de heele sfeer in huis was

doortrokken van de zekerheid, dat eerst vader

159

Sluiten