Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

ONZE MEI

binnen in zichzelf, dat wakker wordt? Wie weet ooit, waar een kind zoo stil naar kijkt? — En opeens; met sprongetjes over de kleine plassen, die nog staan op den weg, hupt ze naar huis.

Het was zoo maar een mal kind, met altijd een ander aanwensel, dat „volstrekt niet mocht": geld-slaan in twee dichte handen op je knie ; den heelen dag bij elk onderwerp zeggen: „Schiet er wat op!"; of een klokkende tongklakker! Maar toen ééns die onuitroeibare tongklakker goedmoedig hervat werd, onmiddellijk na het gebedje-aan-tafel: „Heere, zegen deze spijs en drank, amen", — dat was een geschiedenis 1

Toen dit even vroolijk als eenzelvig kind later in Bergen-op-Zoom woonde, hield ze witte muizen in den kelder, en in een schuurtje in den tuin een duif en een kraai. Die zaten samen op een stok, maar de duif was de baas! Breeduit zat die in het midden; de kraai zat in een hoekje. Daarom had het kind een voorkeur voor de kraai, en na schooltijd ging ze op 'r eentje wandelen, de druk snaterende kraai op haar schouder gezeten, en liep een vierkantje om door de velden.

Maar de witte muizen werden dik en kregen roze, naakte staarten... Toen het zij ze ontsnappen.

En een jaar daarna schreef datzelfde kind,

170

Sluiten