Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ANDERE LAND

arm en zei een heeleboel harde vlugge woorden, maar ze verstond alleen maar „je boonen..." En ach, toen ze sprakeloos en met gesperde oogen omkeek, toen zag ze daar een heel spoor van witte boontjes op de modderstraat... En ze voelde nu ook wel hoe slap en dun het zakje was onder haar arm! Toen voelde ze haar hoofd heet en dik worden, doordat ze zoo erg huilen moest en toch niet wou... En wat was wel het verschrikkehjkst: dat alle menschen zoo lachten öf dat ze nu naar huis moest met een zak, waar haast niets meer in was?

Ja, zoo was er altijd wel iets van dien aard, dat loerde in 't verborgene, waarvoor ze nooit op haar hoede kon zijn en dat het leven buitenshuis tot een ongewis bestaan maakte. En dan al de dingen om bang van te zijn: de hardloopers van de kermis, en de belleman, en de juffrouw zonder neus, en de dikke bierman van het herbergje op 't plein, die zulke uitpuilende oogen had en zoo glimmend-vuurrood zag, dat hij best een menscheneter kon zijn...

Maar „thuis" was een vrijplaats, een veilig nest. Thuis gebeurden er niet van die onverwachte verschrikkelijkheden, thuis was de koestering van het lieve, vertrouwde: moeder, grootmoeder, de poes, de poppen en het speelgoed. Dat was een wereld, waarop ten allen tijde

181

Sluiten