Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

viel staat te maken; daar was niemand, die haar voor den gek hield, niemand, die haar uitlachte, en van alle drama's, waarmee de booze wereld haar trof, viel thuis, als door een onbegrepen en toch logisch wonder, al het harde en bittere af.

Maar er kwam een tijd, dat haar hart een andere scheiding maakte, dan de vanouds erkende : thuis en wat daarbuiten is. Dat was: ikzelf en al het andere. O neen, u moet niet denken, dat zij zich dit zoo duidelijk bewust was, en zeker niet in dezen vorm. Langzaam en in 't verborgen was het in haar gegroeid, langzaam en onzeker kwam het naar de oppervlakte van haar bewustzijn. Het was het eerste, vage besef van de voor altijd onoverbrugbare gescheidenheid van het ik en al het andere, zelfs het allerliefste. Waarom was zij soms blij met iets, dat allen anderen menschen blijkbaar onbelangrijk scheen? Waarom vond ze soms iets mooi, dat anderen voorbijhepen ? Hoe kwam het, dat moeder en grootmoeder zich druk konden maken om dingen, die haar zoo dwaas-veraf waren als de maan en de sterren? En hoe was 't toch, dat er zooveel dingen in haar leefden, zachte verlangens en lichte, blijde of ook wel donker-bange gedachten, die haar heelemaal vervulden, tot in de nachturen toe,

182

Sluiten