Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

zaak zeer onartistiek kunstwerk. Een landschap, waar logisch een front of zijmuur van een huis verwacht zou worden. Maar aan zulke problemen dacht men in dien tijd niet. De timmerman niet terwijl hij een veranda bouwde tegen een blinden muur, mijn moeder niet, een schilderes met hart en ziel, terwijl zij den muur veranderde in een doorkijk naar een wijd, blond landschap, een weg die ver, ver heenkronkelde door blonde korenvelden naar een knus boerderijtje en een horizont van zachtgroene duinen. Men zou zoo zeggen dat deze denkbeeldige uitbreiding van den tuin ook mijn moeder eenig medezeggingschap zou gegeven hebben over de lap grond waarop mijn vader eens, toen er achter ons huis een erf gesloopt werd, beslag had gelegd.

Maar de tuin was mijn tuin. Hij lag ver van ons huis. In mijn kinderoogen althans zeer ver, want eerst moest men de plaats over, dan, na een hekje geopend te hebben, kwam men op een tusschen hooge klimopmuren loopend wegje, „het laantje" genoemd, maar oorspronkelijk onze strook tuin tusschen andere stadstuinen in, waar aan het eind ons groot kippenhok stond. Daar was vroeger zeker het eindpunt geweest, maar er rees nu een hoog hek met dreigende ijzeren punten. Achter dit hek, dat moeilijk, althans voor

1%

Sluiten